Met de printf -instructie kunt u uitvoer naar standard out sturen. Voor ons is standaard uit over het algemeen het scherm (hoewel je standaard uit kunt omleiden naar een tekstbestand of een ander commando).
Hier is nog een programma waarmee u meer over printf te weten kunt komen:
Typ dit programma in een bestand en sla het op als add.c. Compileer het met de regel gcc add.c -o add en voer het vervolgens uit door add (of ./add ) te typen. U ziet de regel “5 + 7 = 12” als uitvoer.
Hier is een uitleg van de verschillende regels in dit programma:
-
De regel int a, b, c; declareert drie gehele variabelen genaamd a, b en c. Variabelen met gehele getallen bevatten hele getallen.
-
De volgende regel initialiseert de variabele met de naam a naar de waarde 5.
-
De volgende regel stelt b in op 7.
-
De volgende regel voegt a en b toe en “wijst” het resultaat toe aan c. De computer telt de waarde in a (5) op bij de waarde in b (7) om het resultaat 12 te vormen, en plaatst vervolgens die nieuwe waarde (12) in de variabele c. De variabele c krijgt de waarde 12. Om deze reden wordt de = in deze regel “de toewijzingsoperator” genoemd.
-
De instructie printf drukt vervolgens de regel “5 + 7 = 12” af. De tijdelijke aanduidingen %d in de printf-instructie fungeren als tijdelijke aanduidingen voor waarden. Er zijn drie %d tijdelijke aanduidingen en aan het einde van de printf-regel staan de drie namen van variabelen: a, b en c. C vergelijkt de eerste %d met a en vervangt daar 5. Het matcht de tweede %d met b en vervangt 7. Het matcht de derde %d met c en vervangt 12. Vervolgens drukt het de voltooide regel op het scherm af: 5 + 7 = 12. De + , de = * en de spatiëring maken deel uit van de opmaakregel en worden automatisch ingebed tussen de %d operators zoals gespecificeerd door de programmeur.



















