De waargenomen blootstelling aan desinformatie en nepnieuws neemt in heel Europa toe, waarbij meer dan een derde van de EU-burgers (36%) de afgelopen week regelmatig te maken heeft gehad met valse of misleidende informatie. Volgens een recente Eurobarometer-enquête betekent dit een aanzienlijke stijging ten opzichte van de 28% in 2022. Het vertrouwen in het identificeren van desinformatie blijft echter laag, waarbij slechts 12% er zeker van is dat zij valse beweringen kunnen ontdekken.
Regionale verschillen in waargenomen blootstelling
Uit het onderzoek komen grote verschillen tussen landen naar voren:
- Hoogste waargenomen blootstelling: Hongarije (57%), Roemenië (55%) en Spanje (52%) melden de hoogste niveaus. Dit duidt op diepere kwetsbaarheden in deze regio’s, mogelijk als gevolg van mediaomgevingen of maatschappelijke factoren.
- Laagste waargenomen blootstelling: Finland (26%) en Duitsland (26%) laten de laagste cijfers zien, wat wijst op een sterkere mediageletterdheid of robuustere systemen voor factchecking.
- Onverwachte uitschieters: Luxemburg en Ierland melden een relatief hoge blootstelling ondanks hun ligging in West-Europa, terwijl Tsjechië lagere niveaus laat zien vergeleken met zijn regionale buurlanden.
Deze regionale trends zijn van belang omdat ze de verschillende niveaus van mediaveerkracht weerspiegelen. Landen met zwakke instellingen, een gepolariseerde politiek en een laag vertrouwen in de media zijn gevoeliger voor desinformatie.
Vertrouwenscrisis: valse informatie herkennen
In de hele EU heeft slechts 62% vertrouwen in het identificeren van desinformatie, tegen 64% in 2022. Het vertrouwen loopt sterk uiteen, van 49% in Polen tot 84% in Malta. Het gebrek aan correlatie tussen waargenomen blootstelling en vertrouwen is verontrustend: zelfs degenen die regelmatig met desinformatie te maken krijgen, zijn niet noodzakelijkerwijs uitgerust om deze te detecteren.
Wat drijft deze percepties?
Het onderzoek meet de waargenomen blootstelling, niet de geverifieerde gevallen. Dit betekent dat de antwoorden weerspiegelen wat individuen denken dat onwaar is, en niet noodzakelijkerwijs wat onwaar is. De trend is echter significant:
- Verhoogde blootstelling: 22 EU-landen zagen een stijging in waargenomen desinformatie, met name Denemarken en Nederland (beide een stijging van 19%). Dit duidt op een verslechterend klimaat voor betrouwbare informatie.
- Psychologische factoren: Zoals Konrad Bleyer-Simon van het Center for Media Pluralism and Media Freedom opmerkt, komen percepties mogelijk niet overeen met de werkelijke capaciteiten. Overschatting of onderschatting kan de resultaten vertekenen.
- Maatschappelijke omstandigheden: Polarisatie, economische ongelijkheid, zwakke onderwijssystemen en wantrouwen in instellingen dragen allemaal bij aan de verspreiding van desinformatie.
De rol van media en instellingen
Sterke, onafhankelijke publieke omroepen en effectieve zelfregulering voor particuliere media zijn van cruciaal belang. Landen met een groot vertrouwen in nieuwsmedia en bevolkingsgroepen die daarvan afhankelijk zijn in plaats van sociale media, zijn over het algemeen veerkrachtiger.
De toename van waargenomen desinformatie is een symptoom van bredere maatschappelijke uitdagingen. Om dit aan te pakken is het nodig om de mediageletterdheid te versterken, het institutionele vertrouwen te versterken en de polarisatie te bestrijden. Zonder deze maatregelen zal de verspreiding van valse informatie het publieke begrip en de democratische processen blijven uithollen.
